Verhaal achter de platenhoes – The Party’s over (1982) – TALK TALK

“Platenmaatschappij EMI had begin jaren tachtig veel succes met de band Duran Duran. De band maakte zogeheten New Romantic-muziek, met een beetje new wave, wat glamrock en een sprankje funk. ‘Dat smaakt naar meer’, dachten ze, zoals platenbazen dat vaak denken. Laten we nóg zo’n bandje zoeken. Mark Hollis en Simon Brenner maakten in hun studententijd wat muziek. Hollis schreef al vanaf zijn pubertijd liedjes en had een redelijk goede stem. Brenner had een Wurlitzer piano en een goedkope Japanse synthesizer op de kop getikt waar hij mooie geluiden uit kon halen. Een jaar of 23 waren ze. De teksten van Hollis gingen over het zware leven. Over de meiden die hij wilde versieren. En over het onduidelijke gedoe van die meiden: als ze ja zeiden bedoelden ze nee en als ze nee zeiden bedoelden ze misschien. Hij was dat gezwets beu en schreef er een leuk liedje over: Talk Talk.

Bij Hollis thuis was er iets raars aan de hand. Nomaliter willen ouders liever dat hun kind gaat studeren dan dat het een onzekere toekomst in de muziek tegemoet gaat, maar in huize-Hollis was het andersom. Vader Hollis, zelf een mislukte muzikant, wilde niets liever dan dat Mark zijn studie zou opgeven en muzikant zou worden. Zijn andere zoon Ed zat inmiddels al wel in de muziekindustrie als dj, producer en manager. Die dook nog twee studenten op van wie de een, Lee Harris, een beetje kon drummen en de ander, Paul Webb, bas speelde. Vervolgens haalden broer Ed en papa Hollis Mark en Simon over om demo’s op te nemen. De bandnaam hadden ze al: Talk Talk.

Broer Ed wist de demo onder de aandacht van de platenbonzen van EMI te brengen. Die schakelden producer Colin Thurston van Duran Duran in en zo mochten de vier studentjes opeens in een grote studio een plaat opnemen. Er kwam ook een marketingplan. De groep zou in het voorprogramma van Elvis Costello spelen en van het album zou ‘Talk Talk’ als single getrokken worden. Alles volgens de strakke EMI-lijntjes die al vaker veel geld hadden opgeleverd, vooral voor de platenmaatschappij zelf. Nog even een paar fotoshoots van de bandleden voor de platenhoes en het singeltje, en dan kon alles in gang worden gezet. Op dat moment ging zanger Mark Hollis dwarsliggen. ‘Geen kopie van Duran Duran!’ mokte hij tegen zijn vader, die inmiddels de zaakwaarnemer van de band was geworden. ‘Dan zing ik geen woord meer’. Mark had al grotere plannen. In de platenkast van zijn vader had hij de muziek van King Crimson, Miles Davis en de Franse componist Claude Debussy ontdekt. Het liefst wilde hij kunstzinnige muziek maken in plaats van popmuziek. Maar dat probleem kwam pas later aan de orde. Eerst moest het probleem van de platenhoes met EMI worden opgelost, want er was al een contract ondertekend.

Illustrator James Marsh werd ingehuurd. Hij hoorde het nummer ‘Talk Talk’ en kwam op het idee voor de hoes van ‘Party’s Over’. Hij verving de twee ogen door twee monden. Ogen zijn normaal gesproken de spiegels van de ziel en spreken, non-verbaal, de waarheid. Wat als de mens er zo zou uitzien als op deze platenhoes? Dan weet je helemaal niet of iemand de waarheid spreekt. Opeens kan het contact driedubbelzinnig worden. Het idee sprak Mark Hollis aan. Hij kreeg een goede band met illustrator James Marsh en deze mocht alle hoezen van Talk Talk maken. Het werd een handelskenmerk van Talk Talk, zoals de hoezen van Roger Dean voor de progrockband Yes. De tekeningen van Marsh zijn surrealistische tekeningen die sterk doen denken aan het werk van schilders als René Magritte en Salvador Dali.

De platenmaatschappij ging akkoord. Een beetje risicovol, want wat zouden de tienermeisjes ervan vinden? Nu konden ze geen poster van de jongens aan de muur plakken. Maar goed, de plaat werd een redelijk succes. EMI leed in ieder geval geen verlies. Mark Holllis en zijn maatjes mochten nog een lp opnemen. Het mocht iets complexer, als er ook maar hitjes bedacht werden. Mark Hollis had genoeg ideeën, maar die strookten niet met de opvattingen van zijn studievriend Simon Brenner. Brenner werd uit de band geknikkerd en vervangen door twee andere toetsenisten, Tim Freese-Green en Ian Curnow. Deze tweede lp, ‘It’s my life’ werd een megasucces met hits als ‘Such a shame’ en ‘It’s my life’. It’s my life is ook het handelsmerk van Mark Hollis. Hij ging zijn eigen gang. ‘Het is mijn leven. Ik bepaal wat ik wil.’ Tot woede van de platenmaatschappij, zijn vader en zijn broer. Vanwege contractuele verplichtingen werd er nog één commerciële plaat gemaakt, ‘The Colour of Spring’. Daarna sloeg Mark Hollis radicaal een andere muzikale richting in met ‘Spirit of Eden’. EMI spande een rechtszaak aan omdat de experimentele muziek van deze plaat niet om aan te horen zou zijn. Het contract met EMI werd ontbonden. Gelukkig zag platenmaatschappij Parlophone wel wat in deze muziek. De lp’s ‘Spirit of Eden’ en zijn opvolger ‘Laughing Stock’ luidden eind jaren tachtig het tijdperk van de ‘postrock’ en ‘independent’(indie) muziek in.

Ik kwam in aanraking met deze twee platen door mijn zoon. ‘Pa, heb jij muziek van Talk Talk?’, vroeg hij een paar jaar geleden. ‘Natuurlijk’ zei ik. ‘It’s my life’ had ik zelfs in de jaren tachtig gekocht, omdat ik de hitjes wel leuk vond. Als verwoed platenverzamelaar staan ‘Spirit of Eden’ en ‘Laughing Stock’ inmiddels ook in mijn platenkast, maar ik had ze eigenlijk nooit gedraaid. Totdat mijn zoon me erop wees. Nu draai ik de platen regelmatig. Prachtig sfeervolle experimentele muziek. Hoe vaker je de platen draait, des te beter ze worden. Maar Mark Hollis had genoeg van de muziekindustrie, die hem te veel ontwrichtende ervaringen had bezorgd. Hij zag zijn broer Ed kapotgaan aan de heroïne en cocaïne. Mark trok zich terug met zijn gezin op het platteland. Jarenlang liet hij niets meer van zich horen. In 2003 bracht hij nog een solo lp uit in beperkte oplage, Het was geen commercieel succes, maar dat maakte voor Mark Hollis niet uit; voor hem was the party al lang over. Hij stierf in 2019 na een kort ziekbed op 64-jarige leeftijd en werd in besloten kring begraven.”

Door Gerrit-Jan Vrielink