Verhaal achter de platenhoes – In the Land of the Grey and Pink (1971) – CARAVAN

Stel je voor: Boek je net een vakantiebestemming in het Land van Grijs en Roze. Een mooi vakantiewoninkje aan de oever van een droogstaande rivier. Dan blijkt dat je daar ook al moet opletten dat je geld niet wordt gepikt. Er sluipen daar van die padvinders rond, te dom om na te denken. Stiekem proberen ze via de schoorsteen in te breken om je geld te jatten. Het weer zit ook niet mee in het Land van Grijs en Roze. Opeens komt de regen met zwarte bakken uit de hemel. Je rent naar binnen. Maar, o jee…….. Je bent je vader vergeten. Die staat nog halfdement buiten in zijn rolstoel. Je had hem op vakantie meegenomen, zodat hij nog een beetje van zijn laatste dagen kon genieten. Je wil een sigaret opsteken. Normaal houd je van dat moment. Dat vuurlichtje van de sigaret in het donker als je een trekje neemt. Maar het sigarettenpakje is doorweekt van de regen. Was je maar met de boot naar het Land van Warm en Groen gegaan. Gewoon voor één dagje. Daar kun je lekker gratis blowen, want de wiet groeit daar volop. Je plukt wat ‘gras’ en stopt het in je sigaret en je gaat heerlijk tot in de avond stoned in het park liggen. Daarna was je je tanden in de zee en ga je weer terug naar huis om een kopje thee te drinken. Dit is, zeer vrij vertaald, zo’n beetje de strekking van het titelnummer van de legendarische LP ‘In the Land of the Grey and Pink’ van de Canterbury progrockband Caravan.

Het is alweer vijftig jaar geleden dat bassist Richard Sinclair in 1971 de tekst van het titelnummer schreef. Typisch Britse humor die vaker in de teksten van Sinclair voorkomt. ‘Het leven is te kort om bedroefd te zijn’ is het motto van de teksten van Caravan. Doe je ding, geniet van de natuur en versier af en toe een meisje op de golfbaan. Die levenshouding spreekt mij wel aan. Als ik mij goed kan herinneren, was Caravan de eerste muziekgroep die ik live zag optreden. Ik moet een jaar of 15, 16 zijn geweest. De oudere broer van mijn beste jeugdvriend nam ons tweeën mee op sleeptouw. Samen met nog twee van zijn vrienden. Met zijn vijven reden we opgepropt in een Volkswagen Kever van Deventer naar Arnhem. Het concert was overweldigend. Caravan had een muziekact waarbij de hele zaal vol met podiumrook kwam te staan. Na vijf minuten zag je pas de bandleden weer. Op de terugweg reden we bijna nog de vangrail in, maar dat mocht de pret niet drukken. Sindsdien staat de muziek van Caravan in mijn geheugen gegrift.

De lp ‘In the Land of Grey and Pink’ is een van mijn favorieten. Prachtige jazzy muziek met schitterende solo’s, met name op het orgeltje met het typische Canterbury geluid. Nummers als ‘Nine Feet Underground’ en ‘Golf Girl’ zijn evergreens. Nog steeds geweldig om naar te luisteren. Ruim veertig jaar na het uitbrengen van ‘In the Land’ ontmoette ik de bandleden in 2012 op een ‘Meet @ Greet’ in de Boerderij. Het was tijdens de ‘Canterbury week’. Ook na veertig jaar hadden de mannen nog steeds een relaxte levenshouding. Alsof ze elke dag nog een beetje in het gras lagen om een pijpje te roken. Tijdens de lezing van Hugues Chantraine, superfan en een van de organisatoren van het onvolprezen progarchives.com, kreeg ik rode oortjes omdat er achter de onschuldige houding van de bandleden ook nog een ander verhaal schuilgaat. De titel van het album ‘Cunning Stunts’ blijkt bijvoorbeeld een Engelse woordgrap te zijn. Iets met omdraaien van beginletters (en verder ga ik niet, anders krijgen we weer problemen met Facebook). De ‘Meet @ Greet’ met Caravan was voor mij de aanleiding om vrijwilliger te worden bij de Boerderij. De hele entourage en de sfeer sprak me geweldig aan. Bovendien was het eten tijdens de ‘Meet & Greet’ superlekker. Klaargemaakt door de koks van de Boerderij. Wat wil je nog meer?

Zoals te zien, is de hoes losjes gebaseerd op de tekst van de titelsong. Voor wat meer achtergrond over de getekende impressie van de hoes van ‘In the Land’ heb ik contact gezocht met Jasper Smit, drijvende kracht achter de Caravan-fanclub. We hebben geprobeerd te achterhalen wie illustrator Anne-Marie Anderson was, maar ze is in rook opgelost. Ook de bandleden konden zich haar niet meer goed herinneren; na deze ene lp heeft geen van hen meer contact met haar gehad. Het mag de pret niet drukken, want we hebben de hoes nog. En die is prachtig. Zoals de Canterbury-mannen zeggen, het leven is te kort om bedroefd te zijn. In feite is het elke dag vakantie. Daarover gesproken: wordt het dit jaar het Land van Grijs en Roze, of toch van Warm en Groen? Ik laat jullie hoe dan ook weten wat mijn keuze is geworden.

Door Gerrit-Jan Vrielink