Verhaal achter de platenhoes – Hemispheres (1978) – RUSH

 

“In de snijkamer viel ik bijna flauw toen bij anatomie les de hersenen uit een levenloos lichaam werden gepeuterd. Twee halve bolletjes van ongeveer 1,5 kilo kwamen tevoorschijn. Een linkerhersenhelft en een rechterhersenhelft. De titel en de hoes van Rush ‘Hemispheres’ verwijst hiernaar. Je ziet twee mannen op de hersenhelften staan. De linker is een man keurig in pak. Hij staat symbool voor orde en netheid. Op de rechterhersenhelft een naakte man. Symbool voor feestvieren, orgieën en chaos. Wijst hij de weg? Is hij de dominante persoon? Het verschil tussen de twee halve bolletjes is al vaak beschreven. Het begon in de Griekse mythologie met de strijd tussen de goden Apollo en Dionysus. Apollo is de god van de orde, de netheid en de logica. Hij symboliseert de linkerhelft van de hersenen. Dionysus is de God van de wijn en het feestgedruis. Van extase en de controle over jezelf verliezen. Hij symboliseert de rechterhelft.

Als ik mijn linkerbrein, Apollo, zou laten overheersen, dan beschrijf ik slechts de feiten over deze hoes. Keurig netjes op een rijtje. Dat de hoes in 1978 gemaakt is door Hugh Syme en Bob King. Dat de Canadese groep Rush destijds voor de opnames van deze LP in Engeland vertoefden. Dat kant 1 van ‘Hemispheres’ over de strijd tussen Apollo en Dionysus gaat. De feiten dus netjes geordend. De linkerhelft wordt ook wel vergeleken met een ladenkast. Je trekt een laatje open en je hebt het alleen over dat onderwerp. Je haalt er niet allerlei andere gedachten bij. (Het laatje dat mij het meeste aanspreekt in deze linkerhelft is trouwens het zogenaamde ‘lege laatje. Even je gedachten op nul zetten en nergens aan denken. Zoals je al zappend op de bank kunt liggen TV kijken, met de blik op oneindig.)

Het rechterbrein kun je vergelijken met een hoogspanningskast met allerlei elektriciteitsdraden die aan elkaar verbonden zijn. Laat je deze helft zijn gang gaan, dan schieten je gedachten alle kanten op. Je maakt allerlei associaties en voordat je het weet raak je jezelf kwijt en ben je in een extatische toestand. Als ik deze kant laat overheersen, met betrekking tot deze hoes, krijg ik gelijk weer de geur van de snijkamer in mijn neus. Of zie ik opeens de hoes van de progrockband Yes ‘Going for the one’ voor me. Op deze hoes staat ook prominent een blote billenman. En als ik het hoge stemmetje van bassist en zanger Geddy Lee van Rush hoor, krijg ik allerlei rare gedachten die ik beter maar niet kan opschrijven.

Met die heen en weer slingerende gedachten bevind ik me overigens in goed gezelschap. Het is namelijk ook een hoofdthema in één van de werken van de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche, net als ik een fervent muziekliefhebber. De symfonieën van Wagner en Mahler konden hem in extase brengen, voor hem de ultieme toestand waar ieder mens naar moest streven. Maar als hij werd teruggeworpen in de alledaagse werkelijkheid van orde en netheid, raakte hij subiet in een diepe depressie. Het liep slecht af met Nietzsche. In extatische toestand ging hij paarden kussen in de straten van Turijn. En belandde in een psychiatrische inrichting.
De kunst is dus om een beetje balans tussen de rechter – en de linkerhersenhelft te houden. Daar gaat het vijfde deel van kant 1 van Hemispheres over. De naakte man en de man in pak kunnen het beste in dialoog met elkaar blijven. De naakte man mag de weg wijzen, maar de gentleman moet wel even afwegen of het de juiste weg is die je niet in de chaos stort.

Eerlijk gezegd was deze lp een beetje bij mij uit beide hersenhelften verdwenen. Sterker nog, ik had hem niet meer in mijn lp-collectie en de cd zal ik hebben uitgeleend en nooit meer teruggekregen. Maar deze week kwam de plaat opeens tevoorschijn in een collectie die ik kon overnemen. Het is een prachtige aanwinst. Het is misschien wel het meest progressieve rock album van Rush. Het hele album bestaat uit ingewikkelde arrangementen en tot nadenken stemmende teksten van drummer Neil Peart. En de platenhoes is prachtig. Deze hangt nu prominent aan de muur. Ik moet er alleen nog even voor zorgen dat de associatie met de snijkamer op de achtergrond raakt.”

Door Gerrit-Jan Vrielink

Met dank aan Ada Andriesse van wie ik een LP-collectie kon overnemen.