Verhaal achter de platenhoes – Deep Purple (1969) – DEEP PURPLE

“Hel en Verdoemenis! Als je goed kijkt, zie je (ingeplakt) dat de bandleden van de hardrockgroep Deep Purple op deze hoes in de hel zijn beland. Dat krijg je ervan als je goddeloze muziek maakt. Althans zo werd er in de Middeleeuwen gedacht. De hel is hier een afbeelding van het rechterpaneel van het wereldberoemde schilderij ‘De Tuin der Lusten’ van Jheronimus Bosch dat hij rond 1483 schilderde. Het is een visueel spektakel van ongekende creativiteit met honderden tafereeltjes. Ik kan er uren naar kijken.
 
In de hel van Jheronimus Bosch fungeren muziekinstrumenten als martelwerktuigen. Een persoon is vastgeklemd tussen de snaren van een harp. Een triangel spelende vrouw zit in de mangel in een luit. Nog één draai van de blinde zwerver, die bovenop de luit zit, en de vrouw is onthoofd. En dan is er nog de fluitspeler die de fluit in zijn bips heeft in plaats van in zijn mond. De geluiden die hij daarbij produceert zijn blijkbaar niet om aan te horen, want een man naast hem krimpt ineen met zijn handen voor zijn oren.
Het Hammondorgel van toetsenist Jon Lord en de gitaar van gitarist Ritchie Blackmore worden hier niet afgebeeld. Maar met een beetje fantasie zie ik John Lord heftig rondraaien in de Lelsiespeakerbox totdat hij kotsmisselijk is. Of hoe de gitaar van Ritchie Blackmore als een wurgslang om zijn nek is gedraaid.
 
Jon Lord en Ritchie Blackmore waren de oprichters van de legendarische hardrockband Deep Purple. Vooral bekend in de jaren zeventig met wereldhits als ‘Smoke on the Water’ en ‘Sweet Child in Time’. Maar dat was eigenlijk al muziek van de tweede bezetting van de groep. De oorspronkelijke bezetting bestond uit Jon Lord (keyboards, achtergrondzang, percussie, orkestarrangement), Ritchie Blackmore (gitaar), Ian Paice (drums en percussie), Rod Evans (zang) en Nick Simper (basgitaar). De bandleden zie je op deze hoes een beetje verwonderd in de hel zitten. Het was de derde lp in deze bezetting. Maar de groep had moeite de juiste sound in deze samenstelling te vinden. Op deze lp werd er zelfs een orkest bijgehaald om er iets van te maken. Toch hoor je al de kwaliteiten van Jon Lord en Ritchie Blackmore die hen later zo beroemd zouden maken.
 
Deze lp is wat mij betreft in de vergetelheid geraakt, totdat ik op zoek ging naar een mooie platenhoes voor een verhaal. Waarom de bandleden voor een afbeelding van het drieluik van Jheronimus Bosch hebben gekozen, is niet helemaal duidelijk. Wel veroorzaakte de hoes veel ophef eind jaren zestig. In Amerika werd het als Godslastering gezien en werd de hoes een tijdje verboden.
Ook had de band geen toestemming gevraagd aan het Prado Museum in Madrid, waar het schilderij hangt, om de afbeelding als platenhoes te gebruiken. Maar omdat de hoes per toeval door een fout in het drukproces in zwart-wit werd afgedrukt, deed het museum niet zo moeilijk. Als ze een originele kleurenafbeelding hadden gebruikt waren de rapen waarschijnlijk gaar geweest.
 
Het schilderij ‘De Tuin der Lusten’ van Jheronimus Bosch is vaker een inspiratiebron voor platenhoezen en videoclips geweest. Neem een hoes van Pearl before Swine of ‘Into the pandemonium’ van Celtric Frost. Een echte aanrader is de video-clip van Buckethead- ‘Spokes for the Wheel of Torment’. En niet te vergeten; de tekst van de gouwe ouwe ‘Het land van Maas en Waal’ van Boudewijn de Groot is ook op het schilderrij geïnspireerd.
 
Terug naar deze hoes. De combinatie van muziek en goddeloosheid spreekt mij wel aan. Als ik deze plaat opzet kan ik helemaal bandeloos worden en krijg ik de wildste fantasieën. Of ik daardoor in de hel kom? Laat maar komen! Dan ontmoet ik daar mijn muziekvrienden en muziekhelden. En kunnen we verder gaan met muziek maken en een feestje bouwen. De rare schepsels, zoals de boommens of de uil in de kakstoel van Jheronimus Bosch, neem ik dan wel voor lief.”
 
Door Gerrit-Jan Vrielink