Het verhaal achter de platenhoes: The Man Machine (1978) Kraftwerk

“Zijn het mensen of zijn het robotten die je hier op de voorkant van de hoes van Kraftwerk ziet? Wat gebeurt er als je alle eigenaardigheden van de mens weghaalt? Blijft er dan een menselijke machine over? En wat is de relatie tussen Kraftwerk en de Duitse muziekgeschiedenis? Eerst breek je de muziekstructuren waaraan het oor gewend is, af, en dan bedenk je nieuwe constructies. Dat is de kern van de elektronische muziek waarvan Kraftwerk in de jaren zeventig één van de grondleggers werd. Zo ontstonden de nummers ‘Autobahn’ en op deze lp ‘The Robots’ en ‘The Model’
 
De ideeën van de Kraftwerk-mannen zijn onder andere ontleend aan de Russische kunst uit de jaren twintig van de 20e eeuw, ook wel het constructivisme genoemd. Essentieel voor het constructivisme is de toepassing van zuivere geometrische vormen zoals de driehoek, het vierkant en de cirkel. Constructivisten laten zich inspireren door industriële apparatuur, functionaliteit staat op de voorgrond. Alle extra’s zijn overbodig en worden dus weggelaten. De achterkant van de hoes van The Man Machine, waarin kubusvormen te zien zijn, is een tekening van de Russische kunstenaar El Lissitzky. Deze vormen vlogen vorig jaar nog bij het Best Kept Secret Festival in de 3D-show van Kraftwerk over het publiek. Een bijzondere muziekervaring omdat je door de 3D-beelden regelmatig op het verkeerde been werd gezet.
 
De hoes van The Man Machine is een duidelijk eerbetoon aan het constructivisme, maar geldt dat ook voor de muziek? Ze klinkt in eerste instantie mechanisch, vrij van alle overbodige arrangementen. Maar op de basistonen van de muziek komen nieuwe synthesizer-constructies en zangstemmen die je niet meer loslaten. Telkens vernieuwend, telkens net buiten de comfortzone die je brein gewend is. Het tegenovergestelde dus van de Schlagers en hoempapamuziek waar Duitsers ook erg goed in zijn.
 
Er is naast het constructivisme nog een belangrijke inspiratiebron voor Kraftwerk, namelijk de Duitse componist Karlheinz Stockhausen (1928-2007). Hij ging al ruim voor Kraftwerk op de Duits-experimentele toer, met de afbraak van bestaande en de opbouw van nieuwe muziekstructuren.
Afbreken en opbouwen, Stockhausen wist als geen ander wat dat betekende in het menselijk bestaan. Hij verloor zijn moeder die zwaarmoedig en psychisch instabiel was en in een verpleeghuis werd opgenomen. De nazi’s verplaatsen haar uiteindelijk naar het euthanasiecentrum Hadamar waar ze vergast werd. Zijn vader overleed bij het beleg van Leningrad. Zijn geliefde woonplaats Köln werd door de Engelsen kapotgebombardeerd. Karlheinz, 18 en wees, had bij het eind van de oorlog alleen nog zijn liefde voor muziek, die hij verder ontwikkelde met de toevoeging van elektronische geluiden. Als je Stockhausen hoort, denkt je brein: is dit muziek? Maar bij herhaald luisteren word je in een compleet nieuwe muziekervaring gezogen. Om bij een volgend muziekproject van Stockhausen weer volledig in verwarring gebracht te worden. Aan vertrouwdheid doet Stockhausen niet. Net als de mannen van Kraftwerk. Dat is ook de (dubbele) boodschap van Florian Schneider en zijn maten op de hoes: de mens is in de basis wellicht een mensmachine, maar tegelijkertijd schuilt er in ieder mens een enorme creativiteit.”
 
Door Gerrit-Jan Vrielink