Het verhaal achter de platenhoes – Tales from Topographic Oceans (1973) – YES

 

“Wat is het laatste waaraan vissen denken? Water. Het is een raadseltje van de Duitse filosoof Martin Heidegger. Ik moet er altijd aan denken wanneer ik de hoes van ‘Tales from Topographic Oceans’ van Yes zie, met de vissen van ontwerper Roger Dean. Voor Heidegger was het raadseltje de opmaat naar zijn beroemde boek ‘Zijn en Tijd’. Een boek van ruim 500 bladzijden met zijn gedachten over het bestaan. Volgens Heidegger is de mens vergeten wat het bestaan nu werkelijk inhoudt. Want wat is het laatste waaraan de mens denkt? Het bestaan, het Zijn. Ik ben begonnen in het boek van Heidegger, maar na tien pagina’s was ik de weg helemaal kwijt door zinnen als ‘In z’n zijn verhoudt dit zijnde zichzelf tot z’n zijn’. Dus maar gauw de LP van Yes opgezet.

De opvolger van ‘Close to the Edge’ zaaide verdeeldheid onder de liefhebbers van progressieve rock. De recensies van het album lopen zeer uiteen. De ene groep vindt het album een geniale uitdrukking van symfonische progrockmuziek, de andere kant vindt het vooral langdradig en pretentieus. Ik zit bij de eerste groep; ‘Tales’ is een van mijn lievelings-LP’s. Ik herinner me nog haarscherp dat ik in aanraking kwam met deze LP. Het was in de plaatselijk platenzaak waar je nog hokjes met een heuse platenspeler had om naar LP’s te kunnen luisteren. Blijkbaar kon je daar gewoon een uur zitten, want pas bij kant 3 en het akoestische gedeelte met zanger Jon Anderson en gitarist Steve Howe was ik verkocht. ‘So the flowering creativity of life wove its web face to face with shallow’. De bloeiende creativiteit van het leven weefde zijn web oog in oog met de ondiepte … ga er maar aanstaan. Ook geen kattenpis, die teksten op deze LP. Jon Anderson bleek ook niet vies te zijn van filosofie. Dat had ik toen als zestienjarige nog niet zo door. Het ging mij vooral om de muziek. Later ben ik de teksten en de hoezen allemaal gaan uitzoeken. De teksten van ‘Tales’ zijn gebaseerd op een boek ‘Yogananda; Autobiografie van een Yogi.’ Dat boek stond nog in mijn kast en ik ben het gaan herlezen. Wat trok muzikanten uit de jaren ‘60 en ‘70 toch zo aan in deze Indiase filosofie? Jon Anderson was niet de enige. The Beatles gingen hem voor, evenals gitarist John McLaughlin met zijn Mahavishnu Orchestra. Allen hadden ze hun eigen goeroe, een leermeester.

Jon Anderson spoorde de anderen bandleden aan om een levenswijze erop na te houden volgens de voorschriften van Yogananda. Barmhartig zijn, harmonie in woord en daad en liefde en respect voor alles wat leeft. Geen vlees geen vis eten. Vier van de vijf bandleden gingen mee in dit bestaan. Om zich dichter bij de natuur te voelen, werd de studio tijdens de opnames van ‘Tales’ omgebouwd tot een soort van boerderij met strobalen, kartonnen koeien en palmbomen. Roger Dean kreeg de suggestie om iets voor de hoes met de ‘Birham Rocks’ uit het Yorkshire Dales National Park te doen. Alleen toetsenist Rick Wakeman vond het goeroe-gedoe maar niks. Hij was meer een bier-en-braadworst-type. Er gaat een verhaal rond dat hij tijdens de Tales-tour een krat met bier onder zijn keyboards had staan en tijdens het spelen graag Indiase worst at. Volgens drummer Alan White stonk het hele podium dan, omdat de roadie van Wakeman de curryworstjes zat op te warmen.

Geen vlees, geen vis. Het is in huize-Vrielink een actueel thema omdat de vriendinnen van mijn zonen vegetarisch zijn. Mijn vrouw is helemaal om. Elke dag krijg ik nu ‘veganvoedsel’ of een koolhydratenarm gerecht. Maar de Rick Wakeman in mij blijft bestaan. Zodra ik de kans krijg gooi ik een lekkere biefstuk in de pan. Een van de schoondochters was wel geïnteresseerd in mijn platencollectie. Ik greep mijn kans om van haar een Yes-fan te maken. Toen ik kant 1 van ‘Tales’ opzette vroeg ze na vijf minuten wanneer de muziek begon. De hoes vond ze wél mooi: ‘Hé, daar op de achtergrond staat de Maya-tempel in Chichen Itza met de zon erachter en daarvoor op de grond staat de tekening uit de vlakten van Nazca in Peru.’ Zo maakte ze weer alles goed, want dat had ik zelf nog niet ontdekt. En het is ook mooi dat muzieksmaken zo verschillend kunnen zijn. Dan blijf je steeds weer nieuwe dingen ontdekken. Door haar ben ik de muziek van Eefje de Visser gaan luisteren. Zodra het bij ons thuis over muziek gaat, voelen we ons allemaal als een vis in het water.”

Door Gerrit-Jan Vrielink