Het verhaal achter de platenhoes: PG3 ‘Melt’ (1980) – Peter Gabriel

“Peter Gabriel is een van mijn muzikale helden, maar voordat ik het over hem ga hebben, wil ik eerst designbureau Hipgnosis noemen. Hipgnosis inderdaad. Als het goed is, gaat er een belletje rinkelen; ik had het al eerder over het werk van dit bureau, van de Britten Storm Thorgerson en Aubrey Powell.
Thorgerson en Powell combineerden prachtige foto’s en bewerkten ze met plakkers, water of krantenknipsels. Hun naam steeg tot enorme hoogte in de rockscene van Engeland en Amerika. Iedere artiest uit de jaren zeventig wilde graag een hoes door Hipgnosis laten maken. Het boek ‘Portraits’ van Aubrey Powell geeft een schitterend beeld van hun werkwijze.

De eerste drie solo-lp’s van Peter Gabriel zijn gemaakt door Hipgnosis. Officieel heten ze PG 1, 2 en 3, maar ze kregen al gauw de bijnamen Car, Scratch en Melt. Op deze foto zien we Melt. In één oogopslag zie je de essentie van de werkwijze van Hipgnosis, namelijk het bewerken van foto’s waardoor ze een surrealistische uitstraling krijgen. Peter Gabriel kende hun werkwijze, omdat zij ook de cover voor de Genesis-lp ‘The Lamb Lies down on Broadway’ hadden gemaakt.

Het idee voor Melt is ontleend aan Les Krims, een meesterbewerker van foto’s. Zijn methode is simpel: neem een polaroidfoto en een houten spateltje en bewerk de foto met de spatel zolang hij niet droog is, dat kan namelijk enige tijd duren. Op de dag van de fotoshoot voor het album werden er honderden polaroidfoto’s van Peter Gabriel gemaakt. En alle medewerkers mochten met een spateltje de foto’s bewerken. Het werd één groot creatief feest. Peter Gabriel deed zelf ook lustig mee met het bewerken. Na drie uur werd de beste bewerking gekozen en zo ontstond de hoes van ‘PG 3 – Melt’. In het boek van Powell staan nog een aantal variaties. Ook prachtig om te zien.

In het begin wist ik nog niet zo goed wat ik van de solocarrière van Peter Gabriel moest denken. Sowieso was het een vreemde tijd, eind jaren zeventig, begin jaren tachtig. De studietijd was voorbij, de tijd van werken en samenwonen stond voor de deur. De progressieve rockmuziek liep op zijn einde. Het leek wel of alle bandleden aan een solocarrière begonnen. Jon Anderson van Yes, Roger Waters van Pink Floyd, Robert Fripp van King Crimson om er maar een paar te noemen. Alsof iedereen in die tijd aan het zoeken was naar een nieuwe stijl.

PG3 – Melt betekende voor mij een doorbraak. Gabriels band kreeg steeds meer een solide basis met Jerry Marotta op drums, Tony Levin op bas, Larry Fast op synthesizers en David Rhodes op gitaar. Het was in die tijd grensverleggende muziek met onder andere Afrikaanse ritmes en prachtige teksten. Marotta gebruikt bijvoorbeeld geen bekkens op deze plaat. Ik sloot de lp in mijn hart met de legendarische nummers ‘Biko’ en ‘Games without Frontiers’.

Sindsdien heb ik geen concert van Peter Gabriel gemist in Nederland. Het concert van de ‘Secret World Tour’ in 1993 in de Ahoy in Rotterdam zal ik nooit meer vergeten. Absolute topklasse was dat. De DVD draai ik nog steeds regelmatig. Een paar jaar geleden hoopte ik Gabriel’s studio in het plaatsje Box in Engeland te bezoeken. Je bent fan of je bent het niet. Helaas was het privéterrein en werd ik bijna door een Engelse bordercollie in mijn kuiten gebeten.

Het is alweer een tijdje geleden dat Gabriel een nieuwe plaat heeft uitgebracht. Maar wie weet. Ik kijk er in ieder geval naar uit.”

Door Gerrit-Jan Vrielink