Het verhaal achter de platenhoes: Nude (1981) – CAMEL

“Het zal je maar gebeuren. Je bent een nietsvermoedende toerist op het eiland Lubang van de Filipijnen. Je maakt een tocht door de bergen. Opeens vliegen de kogels om je oren. Blijkt er een Japanse soldaat rond te lopen die denkt dat het nog de tweede wereldoorlog is, terwijl deze toch al ruim twintig jaar is afgelopen.
Conceptalbum ‘Nude’ van Camel is gebaseerd op dit waargebeurde verhaal. Een plaat en een verhaal met gemengde gevoelens wat mij betreft. Aan de ene kant fascineren dit soort verhalen mij. Hoe is het mogelijk, denk je dan, dat zo’n soldaat als held wordt onthaald in Japan, terwijl hij toch zo’n 30 burgers na de oorlog op het eiland heeft gedood.
 
De Japanse soldaat Onoda, bijgenaamd ‘Nude’ op deze LP, wordt in 1944 naar het Filipijnse eiland Lubang gestuurd om de opmars van de geallieerden tegen te gaan. Zijn divisie wordt in de verdediging gedrukt. Samen met drie maten vlucht hij de bergen in, hij overleeft als enige. Dan wordt er een bom op Hiroshima gegooid en Japan capituleert. Maar Onoda weet van niets. Hij leert te survivallen in de bergen. Hij heeft nog flink wat munitie en ploetert zo jarenlang door. Heel af en toe vindt hij een burger op zijn pad en denkt hij dat het de vijand is. Zo heeft hij een tiental Filepijnen gedood. Onoda geeft zich pas over wanneer zijn oude commandant hem daartoe beval. Op 14 maart 1974 legt Onoda eindelijk zijn wapen neer. Hij wordt als een held in Japan onthaald. Nationalistische waarden wegen blijkbaar zwaarder dan het feit dat Onoda onschuldige mensen heeft omgebracht. Hij trekt een Japans burgerpak aan, maar is totaal vervreemd in de nieuwe maatschappij. Opeens is hij weer verdwenen. Iedereen vreest dat hij weer in de bergen van Lubang zit. Maar hij blijkt te zijn geëmigreerd naar Brazilië waar hij aan een boek werkt, genaamd ‘No Surrender’. Het wordt een bestseller.
 
Susan Hoover, de vriendin van gitarist Andrew Latimer van Camel, las het boek en spoorde Andrew aan om over dit boek een conceptalbum te maken. Latimer had het moeilijk in die tijd. Welke richting moest hij met Camel op? Het wilde niet vlotten met de samenstelling van de groep. De ene na de andere muzikant verliet de band. Zijn drummer Andy Ward had een alcoholprobleem. Menig live-optreden liep daardoor in de soep. ‘Toch maar een weer een conceptalbum beginnen?’, dacht hij. Nee, die zijn uit de tijd, besloot hij. Maar zijn muzikale vriend Jan Schelhaas, toetsenist van Caravan in die tijd, overtuigde Andrew toch een poging te wagen. Hij pakte zijn gitaar en zijn fluit en er ontstond een mooie plaat. Hoover en Latimer hebben het verhaal van Onoda niet letterlijk gevolgd, maar de grote lijn komt overeen. Hun soldaat heet ‘Nude’.
 
Toch is het voor mij ook een ‘net niet’-LP. Een beetje te vergelijken met Onoda. ‘Pas ik me aan aan de huidige tijd in mijn Japanse pak of blijf ik hangen aan mijn oude idealen?’ Vertaald naar Latimer; ‘Maak ik een prettig in de oren klinkende muziek met nummertjes van vijf minuten of houd ik me vast aan de typische progrocksound met lange gitaarsolo’s. ‘Nude’ zit er een beetje tussen in.
De hoes is wel prachtig, naar een soort Japanse tekenkunst, gemaakt door drie Engelse grafisch ontwerpers Bill Mayblin, Bill Shaw en Michael Munday. Met de Japanse vulkaan Fuji op de achtergrond. Het Japanse pak van Onoda, waaruit hij is gevlucht, staat nog op een eilandje. In één oogopslag zie je het hele verhaal van Onoda.
 
Ik ben benieuwd of je over 20 jaar weer zo’n verhaal hoort. Iemand die nog steeds thuis opgesloten zit, omdat hij denkt dat er nog een lockdown is vanwege corona. Het lijkt me onwaarschijnlijk, maar je weet maar nooit. En of er tegen die tijd nog steeds conceptalbums worden gemaakt? Zo ja, dan ga ik het zeker kopen en luisteren, genietend van mijn pensioen op een tropisch eilandje. Waar hopelijk geen gek met een wapen rondloopt.”
 
Door Gerrit-Jan Vrielink