Het verhaal achter de platenhoes – Beginnings (1975) – STEVE HOWE

“Steve Howe. Gitarist van Yes en later van Asia. Een mateloze liefde voor gitaren heeft hij. Het maakt hem niet uit wat voor een gitaar hij in zijn handen heeft, Gibson, Fender, akoestisch of elektrisch, binnen de kortste keren haalt hij de prachtigste klanken uit de gitaar. Jarenlang is hij mijn gitaarheld geweest. Of eigenlijk nog steeds. Hij is een tijdje uit het zicht geweest, maar op aanraden van een lezer van deze column heb ik recent de Yes-Remixes van Steven Wilson gekocht. Wat een prachtige remixes van vijf Yes lp’s. Het is alsof Steve Howe en zijn maten persoonlijk in je kamer staan te spelen. Steve Howe maakt ook regelmatig solo-lp’s. Het begon allemaal met ‘Beginnings’. Yes had een afmattende wereldtournee achter de rug na het uitbrengen van de lp ‘Relayer’. Het boterde niet zo met de nieuwe Zwitserse toetsenist Patrick Moraz. Ze besloten een tijdje pauze te houden. Van platenmaatschappij Atlantic mochten ze allemaal een solo-lp maken. Steve Howe bracht de eerste uit. Het was even schrikken toen hij begon te zingen op ‘Beginnings’. Het was niet bepaald de engelstem die je van de zanger van Yes Jon Anderson gewend bent. Even keek ik naar mijn glas bier of er geen barst in het glas kwam. Ik had net het boek ‘Die Blechtrommel’ gelezen, waarin een jongetje het vermogen heeft om glas te laten breken door zijn stem. Maar het gitaarspel was des te beter. Allemaal verschillende stijlen op verschillende gitaren.

De hoes is een typische Roger Dean hoes, zo’n exotisch fantasielandschap. Er is wel een verschil met de Roger Dean-hoezen van Yes. Op ‘Beginnings’ staat Steve Howe op een foto in het landschap afgebeeld met een aantal gitaren. Vijf gitaren uit een collectie van meer dan 200 gitaren. Steve Howe’s liefde voor gitaren heeft namelijk geleid tot een indrukwekkende gitaarcollectie. In het boek ‘The Steve Howe Guitar Collection’ staan deze prachtig uitgebeeld met mooie achtergrondverhalen. Het begon allemaal met de Gibson ES175D die hij hier op deze hoes in zijn handen heeft. Hij kreeg een soort liefdesrelatie met deze gitaar. Hij kocht hem in 1964 en gebruikt hem nog steeds. Niemand mag de gitaar aanraken. Als jochie van 14 zag hij de gitaar voor het eerst op de cover van een gitaarmagazine. Jazzgitarist Wes Montgomery stond daarop afgebeeld met de Gibson ES175D. Toen Steve Howe zelf deze gitaar kocht, stond hij ermee op en ging ermee naar bed. Figuurlijk, maar ook letterlijk vertelt hij in het boek. Op de eerste Amerikaanse tournee van Yes was hij zo panisch dat de gitaar iets zou overkomen dat hij haar dichtbij zich hield, zelfs in bed in zijn hotelkamer. Het geluid van deze gitaar is overigens prominent te horen op de eerste lp van Yes waarop Steve Howe meespeelt, ‘The Yes Album’.

Op de achtergrond rechts staat een topstuk uit zijn gitaarcollectie de ‘Gibson Style U harp Guitar’ uit 1924. Deze gitaar schreeuwt het uit om gezien te worden. Dat zie je op deze hoes niet zo goed, maar als je de afbeelding op de driedubbele bladzijde van het boek bekijkt, kan ik me er iets bij voorstellen. Volgens Steve Howe klinkt de gitaar geweldig maar is het een monster om op te spelen vanwege de grootte en de vorm. Steve Howe beukt en bonkt er graag thuis op, maar deze Gibson is niet op één van zijn lp’s te horen. Het instrument is sowieso veel te kostbaar om mee te nemen op tournee of naar de studio. Het gaat wat ver om alle verhalen over de gitaren van deze hoes te beschrijven. Toch nog wel even op een rijtje. Rechts staat de beroemde ‘Gibson Les Paul Custom’ uit 1956. Een gitaar die elke gitarist geloof ik wel wil hebben. Links achter hem een akoestische gitaar de ‘Gibson Country Western’ die op deze lp op het nummer ‘Pleasure stole the night’ te horen is. En als laatste, linksachter, die bijna niet te zien is, nog een topstuk uit zijn collectie de ‘Roudhloff lyre guitar’ uit 1815.

In deze zoektocht over een verhaal over ‘Beginnings’ kwam ik erachter dat in 2017 de zoon van Steve Howe, Virgil, op 41-jarige leeftijd plotseling is overleden aan een hartaanval. Dat moet verschrikkelijk zijn geweest. Het is volgens mij één van de ergste dingen die je als ouder kan overkomen. De Yes-tour werd stilgelegd. Toch is Steve Howe doorgegaan met muziek maken. Dat zal vast een wens van zijn zoon zijn geweest, want Virgil speelde regelmatig als drummer mee op de solo lp’s van zijn vader. Op de site van ‘Progwereld’ las ik verder dat Steve Howe recent een autobiografie heeft uitgegeven ‘All my Yesterdays’ en dat hij vorig jaar nog een nieuwe CD heeft uitgebracht ‘Love is’. De CD zal ik vanmiddag eens gaan beluisteren. Voor de zekerheid zal ik het glaswerk en de kopjes uit mijn kamer zetten, want hij schijnt er ook weer op te zingen. Voor de rest meer dan respect voor deze meestergitarist en mijn gitaarheld uit de jaren zeventig. Liefde en passie voor muziek zijn niet aan leeftijd gebonden blijkt weer. Dat vind ik het fantastische aan muzikanten. De meesten gaan niet met pensioen en gaan hun hele leven door met muziek maken.”

Door Gerrit-Jan Vrielink