COLUMN – Verhaal achter de platenhoes – … Very ‘Eavy (1970) – URIAH HEEP

“De hoes van ‘…Very ‘Eavy, Very ‘Umble’ van Uriah Heep bezorgt me 51 jaar nadat de LP werd uitgebracht, nog steeds nachtmerries. De foto is van David Byron, de zanger van Uriah Heep, met zijn gezicht vol spinnenwebben. Brrrr, daar word ik echt bang van. De hoes doet me denken aan het spookhuis op de kermis en mijn dominante nichtje van vroeger. Maar daarover later meer. Of de hoes een diepere betekenis heeft of gewoon een mooie foto is, heb ik niet kunnen achterhalen. ‘Very ‘Eavy…’ is de eerste LP van Uriah Heep. Organist Ken Hensley zelf legt op de binnenkant van de hoes een verband tussen de onervarenheid van de groep en de titel.

Uriah Heep groeide al snel uit tot een topband in de jaren zeventig, passend in het rijtje Deep Purple en Led Zeppelin. David Byron had een stem die niet onderdeed voor die van de zanger van Deep Purple (Ian Gillan) of die van Robert Plant van Led Zeppelin. Ook de prachtige orgelklanken van Ken Hensley mogen er wezen. Rockmuziek met een progressief tintje. De naam Uriah Heep is overigens ontleend aan de boekhouder uit het boek David Copperfield van de bekende Engelse schrijver Charles Dickens. Hij gedraagt zich, evenals zijn moeder, heel onderdanig en nederig, wat hij steeds benadrukt als hij iets zegt.

Lang heeft de originele bezetting het niet volgehouden. De hoogtijdagen waren van 1970 tot en met 1976. David Byron was niet tegen het succes opgewassen. Hij voelde zich 24 uur een popster, met het bijbehorende alcoholmisbruik. Bassist Gary Thain liep tijdens een optreden een elektroshock op raakte verlamd aan zijn arm. Hij werd vervangen door John Wetton, bekend van King Crimson. Thain nam een overdosis heroïne en stierf in 1975. Byron dronk zich dood en stierf in 1985 op 38-jarige leeftijd. Hij was toen al lang uit de band gezet. Het optreden op Pinkpop in 1976 was een van de laatste optreden van Byron met Uriah Heep. Geen verhaal waar je vrolijk van wordt. Maar toch… Uriah Heep bestaat nog steeds, weliswaar in wisselende bezetting. De band treedt nog steeds op en komt regelmatig in de Boerderij. Dat is elke keer weer een hoogtepunt. De hoezen van Uriah Heep uit de jaren zeventig zijn stuk voor stuk prachtig. Neem ‘Look at yourself’ met een stukje aluminiumfolie als spiegel. Of ‘Demons and Wizards’ met een tekening van de Roger Dean, die vooral bekend is van de hoezen van Yes. Maar voor mij slaat deze hoes ‘Very ‘Eavy…, Very ‘Umble’ alles.

De hoes brengt me met gemak terug naar vijftig jaar geleden. Ik werd meegesleept naar de kermis door mijn nichtje van 13 jaar. Zij had toen al iets van een machtswellusteling. Ik had het spookhuis altijd gemeden, maar zij wilde erheen, dus ik ging mee. Het voelde alsof ik geen keuze had. Ik werd in zo’n krap wagentje geduwd met mijn nicht naast me. Ze glimlachte, in mijn herinnering een beetje gemeen. Het karretje ging langzaam naar boven, door een klapdeurtje, en toen … enge geluiden, oplichtende skeletten, ratten, rook. En op het einde David Byron die een spinnenweb in je gezicht gooide. Het duurde allemaal maar drie minuten, maar het huilen stond me nader dan het lachen. Ik keek voorzichtig naar beneden of ik het niet in mijn broek had gedaan. Mijn nichtje schaterde het uit. “Wat een slapjanus ben jij. Jij wordt nooit iets,” zei ze. Ze is inmiddels drie keer gescheiden. Te dominant voor mannen. En verslaafd aan de alcohol. Maar ze heeft er wel voor gezorgd dat ik elke keer als ik met een dominante vrouw te maken krijg, ’s nachts van David Byron met zijn spinnenwebben droom.”

Door Gerrit-Jan Vrielink