COLUMN – Verhaal achter de platenhoes – Sticky Fingers (1971) – ROLLING STONES

Wat zit er achter de rits van deze hoes van de Rolling Stones – ‘Sticky Fingers’? Een mooi verhaal natuurlijk. De hoes is bedacht door de pop-art kunstenaar Andy Warhol. Op een feest in 1970 ontmoette Warhol Stones-zanger Mick Jagger en legde hem het idee voor van een echte rits op een albumhoes. Het idee sprak Jagger aan, maar de groep had al fotograaf Peter Webb in dienst genomen voor de omslag van de hun nieuwe lp, Sticky Fingers. Het was ook de tijd dat de Stones van hun label Decca afwilden. Ze wilden alles is eigen hand houden en richtten daartoe een eigen label op, Rolling Stones Records. Sticky Fingers zou de eerste elpee worden onder dat label.

Jagger besprak het idee van de rits met de andere bandleden. Ook die waren enthousiast. Fotograaf Webb werd aan de kant gezet zonder dat hij dat wist. Warhol ging aan de slag en maakte foto’s van een close-up van een goed bedeeld kruis in een spijkerbroek. Of beter, als model gebruikte hij waarschijnlijk één van zijn beschermelingen uit zijn studio The Factory, Jed Johnson. Op de dag van de fotoshoot was er nog wel discussie of Johnson wel voldoende opgewonden was (wat volgens Warhol nodig was om het gewenste visuele effect te krijgen). Grafisch ontwerper Craig Braun werkte het idee met een echte rits verder uit. Leuk idee, zo’n rits, maar Braun stuitte op allerlei problemen en vervloekte Warhol. Om te beginnen beschadigde de rits de groeven van het vinyl. Niet echt lekker voor een platenliefhebber. Braun bedacht dat er een extra kartonnen hoes moest komen. Dit werd een afbeelding van de onderbroek van schrijver Glenn O’Brien die ook in the Factory rondliep.

Daarna bleek dat de hoezen tijdens de distributie ingedeukt werden door de rits. Brauns oplossing? De rits moest naar beneden worden getrokken zodat het lipje van de rits in het gaatje van het vinyl viel. De plaat is uiteindelijk in beperkte oplage met de echte rits uitgekomen en later vervangen door een fletse foto van de spijkerbroek zonder echte rits. Tussen Warhol en Jagger ging het gaandeweg stroever en stroever. Eerst claimde Warhol dat hij het fameuze logo met de tong had gemaakt voor de Rolling Stones, maar dat bleek niet waar. Het was het werk van een van zijn ‘discipelen’ van The Factory, John Pasch. En toen hij ook nog eens beweerde dat hij een seksuele relatie met Mick Jagger had gehad, was Jagger klaar met hem. ‘Warhol is een zieke voyeur,’ beschreef Jagger hem in de muziekfilm ‘Cocksucker Blues’ uit 1972.

De Stones konden er trouwens zelf ook wat van als het gaat om zakelijke conflicten. Fotograaf Peter Webb zag tot zijn verbazing dat Warhol de hoes voor ‘Sticky Fingers’ had gemaakt en dat er slechts één van zijn foto’s was gebruikt, als inlegvel. Dat was niet de afspraak, dacht Webb en diende een claim in tegen de Rolling Stones. Het kostte hem dertig jaar voordat hij gelijk kreeg en alsnog een paar centen aan de plaat overhield. Tja, de Rolling Stones. Ze hebben veel stof doen opwaaien in de jaren zestig en zeventig. Ook in huize-Vrielink. Je was voor de Beatles of voor de Rolling Stones. Mijn ene broer koos voor de Beatles, de andere voor de Rolling Stones. Dat leverde niet al te vrolijke familiefeestjes op. Mijn broers, allebei ouder dan ik, gingen bijna met elkaar op de vuist. Mijn vader kon als James Last-fan de discussies niet aanhoren en ging met de kleinkinderen spelen. Mijn moeder probeerde de lieve vrede te bewaren door nog eens met een stukje taart rond te gaan.

Stiekem was ik wat meer voor de Beatles. De lp ’Revolver’, met het experimentele geluid, sprak me erg aan (hoewel ik het nummer ‘Yellow Submarine’ haatte). Van de Stones draaide ik ‘Sticky Fingers’ regelmatig, vanwege de power die het uitstraalde met meezingers als ‘Brown Sugar’ en ‘Wild Horses’. Die Mick Jagger en zijn maten. Rond de tachtig zijn ze inmiddels. Helaas is drummer Charlie Watts vorige week (24 augustus 2021) overleden. Eens te meer een reden om muziek van de Rolling Stones nog eens te luisteren. Een paar jaren geleden traden ze nog steeds op in grote stadions. Dat zegt toch wel wat over de kwaliteit van hun muziek. Ik ben nog niet zo oud, maar inmiddels wel op een leeftijd dat ik regelmatig na het plassen de rits van mijn broek vergeet dicht te doen. Dan zeg ik maar dat ik aan ‘Sticky Fingers’ moest denken.

Gerrit-Jan Vrielink