COLUMN – Verhaal achter de platenhoes – In the Dutch Mountains (1987) – NITS

“Hé, wat zien we hier op deze hoes? Postzegels met jeugdfoto’s van de bandleden van de Nits? Met blije gezichten uit de jaren vijftig van toetsenist Robert-Jan Stips, gitarist en zanger Henk Hofstede, bassiste Joke Geraets en drummer Rob Kloet? Het lijkt wel zo, maar het is niet zo. Het blijken kinderpostzegels uit 1951 te zijn van de Nederlandse fotograaf Cas Oorthuys. Als kijker ga je je dus iets afvragen. Je wordt even op het verkeerde been gezet. En dat is het mooie van een kunstzinnige hoes. Geen rechttoe rechtaan foto van de bandleden met een gitaar of een drumstel.
 
Het idee komt van zanger Henk Hofstede. Hofstede is ook de maker van de hoes. Net zoals alle andere hoezen van de Nits. Hij heeft op de Rietveld Academie in Amsterdam gezeten en altijd interesse gehad in het ontwerpen van platenhoezen. Er moet wat hem betreft achter elke hoes een verhaal zitten. Dat schept een band en ik belde hem op.
 
Wat is het idee achter deze hoes? Hofstede groeide als jochie op in een arbeidersgezin in Amsterdam-Oost. Een aantal teksten voor de lp ‘In the Dutch Mountains’ gaat over zijn jeugd. Nederland zat in de wederopbouw. Er werd hard gewerkt om alles wat in puin lag na de Tweede Wereldoorlog weer op te bouwen. Door de oorlog was er gebrek aan bijna alles. Het gezin-Hofstede leefde weliswaar in armoede volgens de maatstaven van nu, maar het was niet ongelukkig. De Hofstedes hadden de Vara en de PvdA, vader en moeder zongen in de operette en de radio stond regelmatig aan. Henk Hofstede groeide op met ‘Zachtjes tikt de regen tegen het zolderraam’ en ‘Kleine kokette Katinka’. Meer hadden ze in huize-Hofstede niet nodig.
 
Henk Hofstede wilde de hoes over zijn geboortejaar 1951 laten gaan. Op een boekenmarkt zag Hofstede deze kinderpostzegels van fotograaf Cas Oorthuys. Toen ging het balletje rollen. Hij kwam in contact met de weduwe van Oorthuys. Hofstede legde haar zijn idee voor. Ze vond het mooi en stemde erin toe dat hij de afdruk van de foto’s van de kinderpostzegels gebruikte. Blij als een kind ging Hofstede aan de slag. Oorspronkelijk zijn het vijf foto’s van kinderen uit de jaren vijftig, maar Hofstede gebruikte er vier om de illusie te wekken dat het jeugdfoto’s van de bandleden zijn.
 
De lp werd wel genoemd naar de song die een grote hit zou worden, ‘In the Dutch Mountains’. Menigeen denkt dat de titel is ontleend aan een boek van een boek van Cees Nooteboom, ‘In de bergen van Nederland’. Maar dat klopt niet, want dat boek heette oorspronkelijk ‘In Nederland’. Pas later kreeg deze roman de titel ‘In de bergen van Nederland’, na de hit van de Nits. Zo zijn er wel meer instanties aan de haal gegaan met de titel van het nummer van de Nits. In Eindhoven wordt bijvoorbeeld een gigantisch wooncomplex gebouwd met de naam ‘Dutch Mountains’.
 
Er was een hoes, en er was muziek. De Nits waren bijna klaar met de opnames in hun eigen gymzaalstudio. De groep stond erom bekend dat ze alles in eigen hand wilde houden. Geen compromissen aan de platenmaatschappij. De vier gingen hun eigen gang in hun eigen studio met hun eigen platenhoezen. Maar het was wel duidelijk dat het nummer ‘In the Dutch Mountains’ een grote hit zou worden. Het grote geld lonkte. Maar voor de platenbonzen geldt het principe ‘massa is kassa’, dus dan moet een nummer wel gelikt klinken. De Nits gingen hier niet in mee en hielden vast aan hun eigen creatieve waarden. Gelukkig ging CBS uiteindelijk akkoord. De muziek bleef klinken zoals de Nits haar in de oude gymzaal in Amsterdam hadden opgenomen.
 
De Nits zijn niet blijven hangen in hun jaren-tachtigsound. Ze maken nog steeds vernieuwende en eigenzinnige muziek. Op 29 september treden ze op in de Boerderij. Hofstede wil nog niet verklappen welke nummers ze gaan spelen. Dus moet ik het voorlopig even doen met mijn eigen playlist met bijvoorbeeld nummers van Knot, Kilo, en Angst. Maar ook met nummers van ‘In the Dutch Mountains’. Als ik deze plaat luister en naar de hoes kijk, word ik elk keer weer net zo blij als de kinderen uit 1951.”
 
Door Gerrit-Jan Vrielink
 
Met dank aan Henk Hofstede